Voorstellingen

Repertoire of geen repertoire,
het komt op hetzelfde neer.

Wij hebben niet meteen het voornemen om weer eens een Tsjechov of Shakespeare te spelen. BZB komt steevast met nieuw, hedendaags werk aanzetten. Dat ook nog eens vaak van eigen hand is. Daarin proberen we ons te onderscheiden. En zo proberen we een repertoire op te bouwen. Stukken die inhoudelijk en vormelijk verwant zijn met mekaar. Stukken die steek houden. Die het waard zijn om meer dan eens gespeeld te worden. En in mooie boekjes te worden uitgegeven.

Zolang we het gevoel hebben dat voorstellingen relevant zijn, dat we niet zijn uitverteld, houden we ze op repertoire. Of als ze opnieuw relevant worden, nemen we ze weer op. Omdat ze iets vertellen over de wereld rondom ons, zoals bij Gevoelige Mensen, of omdat ze betekenisvol zijn voor het parcours van een artiest, zoals bij Lied.

Immaculata hebben we in 2005 welgeteld éénmaal buitenshuis gespeeld. Bij de ‘herneming’ in 2008/2009 hebben we het meer dan vijftig keer gespeeld, overal te lande. Een tekst of voorstelling heeft soms tijd nodig om iets te gaan betekenen. En een voorstelling als Immaculata, over een schietpartij in een Vlaamse middelbare school, leek in het tijdperk na Hans Van Themsche nu eenmaal net iets pertinenter en geloofwaardiger dan voordien.

Soms krijgen onze stukken bovendien een tweede leven in een andere vorm: op CD, op de radio, bewerkt als luisterspel of als strip, vertaald in het Frans of het Duits. Reden te meer om over onze voorstellingen te spreken als over een ‘repertoire’ en niet louter over ‘premières’ versus ‘hernemingen’. Dat doet – vinden we in alle bescheidenheid – immers oneer aan ons werk. In deze brochure vermijden we dan ook zorgvuldig het woord ‘herneming’ en labelen we onze voorstellingen als ‘repertoire’ of ‘nieuwe creatie’.

Als we het over repertoire hebben, bedoelen we niet alleen onze eigen teksten. Zo nu en dan spelen we wel degelijk werk van anderen. Twee criteria zijn daarbij belangrijk. 1) Het werk moet ons nauw aan het hart liggen. Wat had ik dit graag zelf geschreven! 2) Er moet letterlijk en figuurlijk muziek in zitten. Er moet een reden zijn om er precies ons soort van theater van te willen maken.

Opvallend is dat het bijna altijd om literatuur gaat. Romans van Paul Auster, Albert Camus, Willem Elsschot. Grote, robuuste brokken tekst, waar we onze eigen schriftuur kunnen uitbeitelen. En doen wat we zo graag doen: literaire beschrijving theatraal maken. Taal muzikaal maken.

Vaak komen we al doende uit op een soort shakespeareaanse kern van een tekst. Een hedendaagse To be or not to be. That is the question. Zo zie je maar weer. Vorig seizoen kon je ons hele repertoire haast onderbrengen onder die kernzin uit De Vreemdeling van Camus: Schieten of niet schieten? Het komt op hetzelfde neer. Zowel Immaculata, De Vreemdeling en Gevoelige Mensen als Hitler is dood
lagen immers in de knoop met het morele handelen, met het ethische gelijk. De kernzin uit Dwaallicht, onze bewerking van Elsschots klassieker heeft het over een vredevoller twijfel: Bloemen of geen bloemen? Ik krijg het benauwd van het twijfelen. Maar tegelijk voel je ergens onderaan die zin, dat de onschuld die eruit spreekt ook geproblematiseerd zal worden. De onschuld die spreekt uit de kindergezichten in deze brochure. Of uit de broederliefde in Klopterop.
  
Schieten of niet schieten? Bloemen of geen bloemen? Het contrast kan haast niet groter zijn. Maar straffe zinnen zijn het allebei. Goed om die op repertoire te hebben. Opdat ze zo vaak mogelijk gedeeld kunnen worden. Met zoveel mogelijk mensen.

 
Nieuws
Braakland/ZheBilding
Producties
Praktisch
Kalender

Pers
Archief
mediatheek
ZOEK!
reageer
links
shop
INLOGGEN